Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Artikel: Jeroen Visser

Liberty City war room

5 mei 2009

Naar wie luisteren we en naar wie kijken we? En: hoe vrij zijn we (of denken we te zijn) in die keuze? Op 5 mei stond er in Liberty City een container gevuld met beeld. Gevuld met beelden uit het journaal, van reclames, videoclips en speelfilms. Een strijd tussen de literaire nuance van Martin Luther King en de retorische oneliners van George Bush.

Zoals Loesje in de jaren 90 al eens op een van haar posters zette: Het licht valt altijd op de extremen.

Het zou de ongeschreven basisregel van de media kunnen zijn. En die voorliefde voor de extremen geldt zeker ook voor oorlog en vrede, voor conflict en evenwicht, voor vrijheid en onderdrukking. Vrede wordt pas 'zichtbaar' als er oorlog is, is geweest of aan zit te komen; evenwicht wordt pas interessant als er conflict dreigt, vrijheid lijkt alleen te bestaan bij de gratie van onderdrukking (want hoe geef je het anders weer?).

Met andere woorden: oorlog, conflict en onderdrukking zijn extremen, die zich makkelijk laten verbeelden, maar vrede, evenwicht en vrijheid zijn 'normaal' (althans, zo worden ze ervaren), een status quo, niets extreems aan.

In de warroom van Liberty City werden 5 beeldcompilaties vertoond (elk rond de 3 à 5 minuten).

Het leek alsof de kijker vrijelijk naar alle 5 compilaties kon kijken, dat hij zijn aandacht zelf kon verdelen over de schermen. Maar de blik werd gestuurd door de basistrucs van de media: montage (tempo, associaties), intensiteit (van het beeld) en geluid.

1 scherm was zeer dominant: dit scherm vertegenwoordigt het 'dominante discours', zoals dat uitgedragen wordt door de reguliere massamedia.

Bekijk hier het dominante scherm.

Bijdragen