Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Stilstaan bij tolerantie

Toespraak van David Barnouw op 4 mei 2011

David Barnouw, onderzoeker en persvoorlichter van het NIOD, sprak tijdens de herdenking bij het Bezinningsmonument in Nieuwendam, Amsterdam-Noord.

Geachte aanwezigen

Het zal 50 jaar geleden zijn dat ik kennis maakte met de oorlog. Ik woonde toen in Wognum in West-Friesland. Mijn vader was daar dominee. De jaarlijkse dodenherdenking vond plaats even buiten het dorp, bij de plek waar op 29 juni 1943 een Engelse bommenwerper, een Lancaster, was neergeschoten, waarbij 7 bemanningsleden waren omgekomen. Daar naartoe lopen in een eerbiedig zwijgende groep mensen was voor een kind natuurlijk een spannende gebeurtenis.
De meeste jeugdboeken over de oorlog, die ik las, deden ook geloven dat de oorlog vooral een spannende gebeurtenis was geweest.

Zo’n 25 jaar geleden bezocht ik met mijn oudste broer en mijn vader Berlijn, toen nog overzichtelijk verdeeld in oost en west. Daar was mijn vader verplicht tewerk gesteld tijdens de oorlog. Hij weigerde altijd het woord dwangarbeider, laat staan arbeidsslaaf te gebruiken. Daar in Berlijn kwam de oorlog een stukje dichterbij.

Meer dan 10 jaar geleden ging ik wonen in de Rapenburgerstraat, in het hart van de voormalige Jodenbuurt. Ik woonde daar in het voormalige Joods Meisjesweeshuis.
De oorlog daar heb ik eens uitgezocht; 448 kinderen, 211 moeders, 209 vaders en 95 ouderen, bijna 1.000 Joden, zijn daar weggevoerd. Zij werden vermoord in Auschwitz of in Sobibor. Dichterbij kan de oorlog bijna niet zijn. Sinds een jaar woon ik met veel plezier in Noord en mag ik U nu toespreken.

Wat herdenken wij eigenlijk op 4 mei?
Daar, aan de overkant op de Dam, wordt dat altijd als volgt uitgelegd:

en ik citeer

“Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we allen - burgers en > militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn > omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in > oorlogssituaties en bij vredesoperaties.”

Dat betekent niet alleen de Tweede Wereldoorlog zelf, maar ook onze 2 koloniale oorlogen, de oorlog in Korea en de tientallen vredesmissies waar Nederland aan heeft deelgenomen. Ik denk dat dàt een beetje te veel is om in twee minuten te herdenken. En ik denk ook dat de Tweede Wereldoorlog centraal moet blijven staan.

Het monument waar wij staan, het Bezinningsmonument, dat in 1983 werd onthuld, laat dat ook zien. Er staat een ontroerende passage op uit de afscheidsbrief van de 26-jarige verzetstrijder èn oud-Spanjestrijder Krijn Breur. Op de dag dat hij die brief schreef, 5 februari 1943, is hij gefusilleerd op de Leusderheide.

ik citeer

VERTEL JULLIE KINDEREN OVER ONS EN
ONZE STRIJD EN HET LEVEN DAT WIJ WENSEN
MOGEN ONZE GROOTSTE VERLANGENS DOOR HET
LEVEN ZELF OVERTROFFEN WORDEN.
WERK EN HEB LIEF.
VECHT EN WIN.
LEEF.
LEEF ALLEN EN WORDT GROOT.

Krijn Breur ligt begraven op de Eerebegraafplaats te Bloemendaal. In het kader van de actie Adopteer een monument hebben leerlingen van de IJdoornschool dit monument geadopteerd, een zinvolle en belangrijke manier om met het verleden om te gaan.

Bij deze herdenking op 4 mei is de link naar het heden voor mij niet Irak, Afghanistan of Bin Laden. De link naar het heden ligt mijns inziens op dit moment bij de volksopstanden in de Arabische wereld, waar om vrijheid én om brood wordt gestreden.

En de link naar het heden ligt voor mij ook, en nu meer dan ooit, bij artikel 1 van onze Grondwet.

en ik citeer

‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. > Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, > geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.'

En artikel 7:

en ik citeer weer

'Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’

Dat artikel wordt de laatste jaren wel eens zo uitgelegd dat er een onbegrensde vrijheid van meningsuiting bestaat, waarbij je anderen kunt verwensen of ten diepste kan kwetsen. Dat is niet zo; uitingen van intolerantie dienen bestreden te worden.

De intolerantie kwam voor de oorlog het duidelijkst naar voren bij de Nationaal Socialistische Beweging van Anton Mussert, die ondanks de naam niets socialistisch in zich droeg. Intolerantie leidde tijdens de Duitse bezetting tot rassenwaan en antisemitisme en kostte 100.000 onschuldige slachtoffers.

Uit artikel 1 van de Grondwet wil ik de discriminatie wegens godsdienst lichten.
Ook door heidenen als ik dient de godsdienstvrijheid voor iedereen verdedigd te worden. Nederland was qua godsdienstvrijheid in de Gouden Eeuw een eenzaam eiland in Europa en daarbuiten. Zonder die godsdienstvrijheid zou er geen Jodenbuurt zijn met zijn synagogen, met op de hoek de roomse Mozes & Aaronkerk en verderop de voormalig protestante Zuiderkerk.

Er wordt op het moment wel gesproken over een Tweede Gouden Eeuw, waarin Nederland zich nu zou bevinden; iets waar ik zelf niet in geloof.

Maar laten we er in elk geval voor zorgen dat de tolerantie van toen overeind blijft, ook al zijn de nieuwe gebedshuizen nu veelal moskeen. Tolerantie tegenover iedereen, los van ras, godsdienst of geaardheid. Als we daar nu even bij stil staan, kunnen we morgen, op de dag van de bevrijding, echt feest vieren.