Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Interview: Roland Bertens

Kleine idealen, grote daden

Interview met Ilja Ramaker

Roland Bertens interviewde Ilja Ramaker voor Liberty City.

Het is net middag als ik binnentreed in het gezellige appartement van Ilja Ramaker aan de Nieuwe Houttuinen in Amsterdam. Zij zette zich in de vroege jaren '70, als actief lid van de beweging Dolle Mina, in voor vrouwenemancipatie en gelijke rechten binnen de samenleving. Als we eenmaal aan de verweerde keukentafel zitten met een kop koffie bekent ze wel schuld: 'Ik moet toegeven dat ik me eigenlijk niet heb voorbereid, dus ik hoop dat jij sturing geeft aan het gesprek?' Ik heb inderdaad wat vragen opgesteld en ben benieuwd naar de herinneringen die ze oproepen bij deze ex-vrijheidsstrijder.

Wanneer bent u geboren en hoe bent u in Amsterdam terecht gekomen?

Ik ben geboren in Den Haag, op 13 september 1942. Mijn vader was een van de “Paroolmannen”in de oorlog en na de oorlog ging hij voor zijn werk (het Parool) naar Amsterdam met mijn moeder, mijn zuster en mijzelf. Ik heb eerst het lyceum gedaan, en ging vervolgens psychologie studeren, maar heb dat niet afgemaakt. Ik ben gaan werken, dat vond ik leuker. Ik was werkstudent en ik vond het werk leuk. Ik ben toen een deeltijdopleiding loopbaanadviseur gaan doen. Daar heb ik altijd m'n boterham mee verdiend. Op een gegeven moment ben ik getrouwd in 1966, op m'n 24e. Dat was toen gewoon zo. Nu is het allemaal 35, 36 (lacht). Ik werkte fulltime, en mijn man ging naar het conservatorium. In 1968 werd mijn oudste zoon geboren, toen ging ik parttime werken. Ik ben nooit gestopt met werken en heb ook altijd sterk de behoefte gehad om een diploma te hebben om mijn eigen geld mee te kunnen verdienen. Van jongs af aan wilde ik al onafhankelijk zijn.

Stond uw huwelijk niet in de weg van uw carrière?

Nee, maar ik wilde ook niet echt carrière maken. Ik was altijd voorstander van een horizontale carrière, ik wilde gevarieerde dingen doen in het leven en ik wilde mezelf kunnen onderhouden. Toen ik een keer in de krant las dat vrouwen de universiteit Nijenrode hadden bezet (op 23 januari 1970, RB) omdat daar alleen mannen werden toegelaten, ging er een wereld voor me open. Ik was eigenlijk altijd al bezig geweest met man-vrouw verschillen. Ik vond dat de vrouw gelijke rechten, kansen en mogelijkheden moesten hebben. Zelf heb ik geluk gehad met mijn werkkringen. Ik was lange tijd kostwinner en heb zelfs een keer een baan gekregen terwijl ik bij de sollicitatie had gezegd dat ik niet lang erna een kind wilde krijgen. Ik besefte me dat dat uniek was.

Hoe kwam u toen bij de Dolle Mina's terecht?

Dat ging eigenlijk heel soepel: ik kende een van de vrouwen die er vanaf het begin bij waren. Na het lezen van de krant ben ik op de fiets gesprongen, naar het huis van Rita Hendriks gefietst en heb ik me in de eerste of tweede week na de eerste actie aangemeld. Het ging allemaal razendsnel: eerst was het bij iemand thuis, maar al snel verhuisden we naar de Prins Hendrikkade, waar we een klein kantoortje op een bovenverdieping ergens hadden. De hele dag ging de telefoon; heel veel vrouwen wilden zich aanmelden, en de media wilden ook alles van ons weten.

Hoe was de beweging gestructureerd in het begin?

Raar genoeg waren er in het begin twee mannen die een behoorlijke vinger in de pap hadden – een ervan was de man van een van de vrouwen – , en die wilden eigenlijk ook socialistische ideeën aan de man brengen. Er kwam echter wel snel een duidelijker structuur, dat was erg goed. Zo ontstonden er heel snel actiegroepjes, die over uiteenlopende dingen gingen en waar je dan bij kon gaan. Zo waren er bijvoorbeeld groepjes die zaken behandelden als de crèches, actie baas in eigen buik, of de positie van vrouwen met betrekking tot werk.

Waar zat u bij?

Ik zat bij het groepje crèches en het groepje lezingen . Vooral voor dat laatste zette ik me erg in: ik ging dan met een andere vrouw ergens heen met een verhaal dat we goed hadden voorbereid en waar we vervolgens over in discussie traden met het publiek. Dat kon behoorlijk heftig zijn, zo gingen we bijvoorbeeld een keer naar het leger. Nou, die mannen dachten gewoon echt dat vrouwen minder slim waren en niet auto konden rijden. Je moest je dus wel schrap kunnen zetten.

Wat ik echter ook als erg belangrijk ervoer was het aanzwengelen van discussie op de eigen werkplek. Ze werden er bij mij haast gek van. Zo weet ik nog dat bij mijn werk de vrouwen bij de koffiepauze altijd de afwas deden en dat we de baas aanspraken met 'u' terwijl hij 'je' tegen ons zei. Ik ging daarover altijd in discussie. Uiteindelijk hebben ze een keer voor mij de koffiekopjes opgestapeld en mocht ik ze met een bal omgooien. Aan de muren hingen slingers gemaakt van plastic kopjes, om te laten zien dat dat de oplossing was (lacht). Het was dus ook niet alsof het met veel ruzie of kleineren gepaard ging, het was heel hartelijk. Maar je probeerde wel overal je zegje te doen.

Heeft u ook meegedaan aan de grote acties?

Ik weet nog wel dat ik heb meegedaan aan een actie om de pil in het verzekeringspakket te krijgen, omdat ik belangrijk vond dat vrouwen zelf de keuze over het krijgen van kinderen moesten hebben. We hadden voor die actie hele grote pillen gemaakt van piepschuim of iets dergelijks, en die hebben we van het Leidsche Plein naar de Dam gerold met zo'n twintig vrouwen. We hadden ook de pers ingelicht, dus daar kwam heel wat volk op af. Ik denk dat de maatschappij er rijp voor was.

In welke zin?

Iedereen had zoiets van: het is te gek voor woorden dat er zulke ongelijkheid is. Het sloeg aan. Mannen hadden er kritiek op, maar er kwamen ontzettend veel vrouwen op af. Bij vrouwen die uit een groot gezin kwamen, gingen de mannen studeren, terwijl zij thuis bleven om het huishouden te doen. Heel veel vrouwen voelden zich hierom aangesproken, en zo werd het een enorme sneeuwbal.

Het was denk ik vooral herkenning: veel van die vrouwen zagen dat zij niet de enigen waren die het moeilijk hadden met hun positie binnen de maatschappij, en voelden zich hierdoor gesterkt. Het was overigens niet zo dat alle vrouwen meededen: ik heb ook aan arbeidersvrouwen workshops gegeven om ze te helpen emanciperen, maar dat ging veel moeilijker.

Waar kwam bij u de strijdlust voor gelijkheid vandaan?

Vrijheid is voor mij persoonlijk heel essentieel: zelfontwikkeling, zelfontplooiing. Dat je niet afhankelijk bent van anderen. Mijn ouders betaalden mijn studie, en dat vond ik heel vervelend. Ik zakte een keer voor een tentamen, en toen moest ik het jaar overdoen. Mede daarom ben ik gestopt met de studie. Ik heb altijd een heel sterk gevoel van onafhankelijkheid gehad. Later, toen ik moeder werd, wilde ik ook gewoon blijven werken. Vroeger werden vrouwen ontslagen als ze zwanger werden, dat vond ik heel erg. En de kinderen moesten dus ook opgevangen kunnen worden. Mijn man en ik hadden geluk dat we allebei parttime werkten, dus bij ons was het goed te doen. Maar ik vond het heel belangrijk dat vrouwen het recht hadden zichzelf te ontwikkelen.

Hadden andere Dolle Mina's ook zo'n persoonlijke overtuiging?

We herkenden ons daar allemaal in. Je doet de middelbare school, en je vraagt je af: wat is je toekomstbeeld? De meeste die ik kende gingen wel studeren, die wilden iets doen met hun leven. Sommigen kregen kinderen, volgden hun man naar het buitenland of zijn tijdelijk gestopt toen ze kleine kinderen hadden. Overal gingen vrouwen voor hun rechten vechten. Je had idealen, maar die sijpelden door in je eigen leven. En dat was bij die andere vrouwen ook allemaal: het was een eigen gevoel van rechtvaardigheid. Het kwam allemaal voort uit een gevoel van achterstelling.

Bent u blij met de resultaten die Dolle Mina heeft geboekt?

Ik ben zeer tevreden over hoeveel vrouwen nu kunnen. Toch hebben vrouwen het nog zwaarder, omdat zij de kinderen krijgen en er vaak nog voor moeten zorgen. Maar het gaat er vooral om dat de keuze om te kunnen werken bestaat. Vrouwen zullen het altijd iets zwaarder hebben als ze een carrière met een huwelijk met kinderen willen combineren, maar dat verandert niet zo makkelijk. Maar de optie moet in ieder geval voor ze open staan.

U zei dat de tijd rijp was voor Dolle Mina. Denkt u dat de huidige generatie nog eens zal moeten strijden voor zijn rechten en vrijheden?

Ik heb het gevoel dat mijn kinderen, de twintigers en dertigers van nu, in een welvarend, makkelijk bed zijn gerold. Daar kan je niets aan doen, je bent een product van je tijd. Maar als er andere tijden komen zullen jullie je stem wel moeten laten horen. Jullie komen vast ook wel weer wat tegen waardoor je op een andere manier tegen de wereld aan moet kijken. Het is sterk historisch, je kan er zelf weinig aan doen. Maar als het geld op is, dan moeten jullie ook weer aan de slag.

Met deze nuchtere opmerking eindigt ons vraaggesprek. Mevrouw Ramaker wordt niet geleid door blinde ideologie, maar door de simpele maar krachtige boodschap dat het beter kan in deze wereld. Haar drijfveer is haar eigen onafhankelijkheid, en dat bleek een drijfveer te zijn die perfect aansloot op het gevoel van verandering dat de maatschappij stuwde aan het einde van de jaren zestig. Het resultaat is te vinden in de pil, die onder de zorgverzekering valt; zwangerschapsverlof, waar vroeger ontslag verleend zou zijn; de crèches, die het makkelijker maken voor de vrouw om overdag van huis te zijn. Kortom, resultaten om trots op te zijn. Maar, voegt Ramaker er nog aan toe: het kan altijd beter. Nu ligt het initiatief bij de huidige generatie.

Bijdragen
Reacties