De Februaristaking
Op 25 en 26 februari 1941 legden duizenden Nederlanders het werk neer uit protest tegen de onmenselijke behandeling van joden door de Duitse bezetter.
Vanaf de winter van 1940 vielen leden van de nationaalsocialistische Weerbaarheidsafdeling van de NSB joden lastig in de Amsterdamse Jodenbuurt. Ze vernederden de joodse bewoners en stalen hun spullen. Verzet van Joodse knokploegen leidde op 9 februari 1941 tot de dood van NSB’er Hendrik Koot. Niet veel later volgde een gevecht tussen joden en de Duitse politie in de Amsterdamse IJssalon Koco, waarbij eigenaar Ernst Cahn gearresteerd werd. Hij werd later op 3 maart 1941 doodgeschoten.
Als represaille volgden op 22 en 23 februari razzia’s tegen Amsterdamse Joden. 427 mannen werden opgepakt en – zo bleek later – naar de concentratiekampen in Buchenwald en Mauthausen gebracht. Zij stierven binnen een jaar als gevolg van mishandeling en ontberingen.
Monument bij de Dokwerker - Foto Leon Hendrickx
Op zondag 23 februari was het zondagsmarkt in de Jodenbuurt, waardoor vele niet-joodse Amsterdammers getuige waren van de razzia’s. De mensenjacht in de Jodenbuurt wekte hevige verontwaardiging op en werd de directe aanleiding tot de Februaristaking. In de avonduren van 24 februari vond op de Noordermarkt een korte openluchtbijeenkomst plaats, waaraan talrijke gemeentearbeiders deelnamen. De volgende dag volgde een massale staking van gemeentediensten en bedrijven in Amsterdam. Deze spreidde snel naar andere gebieden in Nederland. De Duitse bezetters braken de staking met geweld, intimidatie en meedogenloos ingrijpen. Hierbij vielen negen doden en 24 zwaargewonden en talloze stakers werden gevangen genomen. Na twee dagen was de staking ten einde.
Sinds 1945 wordt de staking jaarlijks herdacht, en staat de gebeurtenis symbool voor solidariteit en de strijd tegen discriminatie, racisme en terreur. De Dokwerker, die symbool staat voor de stakers, werd in 1952 door kunstenaar Mari Andriessen gemaakt.
Bijdragen
Reacties
Jeroen
Tessa
Gilles