Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal: Jeroen Visser

Verzet Amsterdam Noord

Dhr. Porsius was in 1944 bij toeval in het verzet geraakt, “zoals dat zo vaak ging”. De taak van zijn groep was om een wapendepot te beheren in wat nu Amsterdam-Noord is. Een boerderij aan de Ransdorpergouw fungeerde als opslagcentrum. Daar werden de wapens opgepoetst en klaargemaakt voor distributie. Porsius en anderen gingen verkleed als bakker met een bakkersfiets op pad om de wapens af te leveren.

Porsius: “Er kwamen dan veel mensen bij je bedelen voor brood – het was immers Hongerwinter – maar wisten zij veel dat ik wapens vervoerde...”

Aan het eind van de oorlog raakte zijn groep van 22 man in een vuurgevecht met een achtergebleven groep Duitse soldaten. Uiteindelijk werd onderhandeld over een staakt-het-vuren en de soldaten werden later ingerekend door de Canadezen. “Ze kregen nog wel de mogelijkheid om een paar van hun eigen soldaten die waren weggelopen te fusilleren,” zegt Porsius verontwaardigd.

Meneer Porsius nomineert het monument van Krijn Breur. Hij was destijds aanwezig toen het monument werd onthuld in 1983.

Krijn Breur was met zijn vrouw Aat Hibma actief in het verzet. Breur was onder meer betrokken bij diverse aanslagen. Hibma hielp mee met het vervalsen van persoonsbewijzen. Ook namens ze Joodse onderduikers in huis. Na verraad werden ze op 19 november 1942 gearresteerd. In februari 1943 wordt Breur gefusilleerd.

Uit de afscheidsbrief van Breur:

“Vertel jullie kinderen over ons en onze strijd en het leven dan wij wensen. Mogen onze grootste verlangens door het leven zelf overtroffen worden.
Werk en heb lief. Vecht en win. Leef. Leef allen en wordt groot.”

Bijdragen
Reacties