Sándor Baracs werd geboren in 1900 in Budapest als zoon van geassimileerde joodse ouders. In het gezin Baracs namen muziek en literatuur een belangrijke plaats in. Mozart en Goethe stonden op een voetstuk en in het familieorkest speelde Sándor cello.
Terwijl de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie zich ver weg van Budapest voltrokken, leerde Sándor via zijn oudere neven de communistische leer van Marx kennen. Het idee dat er een nieuwe, eerlijker wereldorde mogelijk zou zijn, sprak de jonge Sándor aan. Dus steunde hij anno 1919 als idealist de revolutie die de Hongaarse communisten voor korte tijd aan de macht bracht.
Na een geslaagde en wrede tegenrevolutie door Hongaarse fascisten besloot Sándor zijn land te ontvluchten. Hij bereikte de Beierse stad München waar hij in 1920 rechten studeerde, tot ook daar (door het toenemend Duitse fascisme) het leven van de plaatselijke joden en communisten onmogelijk werd.
Sándor trok naar het midden van Duitsland waar hij in Frankfurt werkte voor een bankinstelling. In 1926 deed men hem het voorstel om voor de bank te gaan werken bij een buitenlands filiaal. Op 1 januari 1927 arriveerde Sándor in Amsterdam. Hij had bewust gekozen voor Nederland omdat hij de werken kende van de schrijver Erasmus en de schilder Rembrandt.
Inmiddels was het humanisme Sándor’s levensbron geworden. Hij voelde zich thuis in het tolerante Amsterdam, werd Nederlander en sprak binnen een aantal jaren foutloos en accentloos Nederlands.
Reeds voor de oorlog waarschuwde Sándor zijn omgeving voor de onverdraagzaamheid die vanuit Nazi Duitsland door Hitler werd gepredikt. In 1940, kort na de Duitse bezetting, trad Baracs toe tot het gewapend verzet.
Nadat hij in 1942 moest onderduiken als jood, bleef hij actief voor het verzet. Opererend vanuit zijn schuiladressen (Keizersgracht 484 en 488) leidde hij een Amsterdamse Knokploeg (de KP Linie Oost), schreef hij artikelen in de verzetskrant Trouw en bracht hij ruim tachtig joodse kinderen naar onderduikadressen door het hele land.
Na de oorlog deed Baracs vooral maatschappelijk werk in Amsterdam. Zo begeleidde hij kinderen en jongeren als voogd en hij bracht overzeese studerenden in Nederland in contact met gastgezinnen. Na de Hongaarse opstand van 1956 richtte hij een comité op dat de belangen behartigde van Hongaarse vluchtelingen in Nederland. Sándor Baracs overleed op 5 augustus 2002 te Driebergen op 101 jarige leeftijd.
Jeroen