Koulsy Lamko is een in Tsjaad geboren schrijver en dichter. Momenteel verblijft hij tijdelijk als writer in residence in het Anne Frank huis. Lamko promoveerde op Afrikaans theater aan de universiteit van Butare in Rwanda, waar hij ook les geeft. Hij schreef dichtbundels en boeken, waaronder een roman over de genocide in Rwanda in 1994. Meer recent werkte hij aan een boek over de oorlog in Darfur en over genocide in het algemeen.
Hieronder een verslag van een gesprek tussen hem en Karel Baracs, de Amsterdamse stadsverteller.
Koulsy had als zeven-jarige zijn eerste oorlogservaring. Hij woonde in een klein dorpje waar zijn vader de onderwijzer was. Zijn volk was niet welkom daar. De rebellen kwamen om de mannen en de jongens af te maken. Kously wist te ontsnappen aan de rebellen omdat hij een jurk aan van zijn zusje aantrok en zich schuil hield in de bergen. Zijn vader overleefde deze moeilijke tijd niet en Kously raakte ook nog zijn moeder en de overige familie kwijt. Zij kwamen terecht in een vluchtelingenkamp in Tsjaad.
Toen Kously twintig jaar was verliet hij zijn geboorteland, Tsjaad. Hij vluchtte eerst naar Burkina Faso en later naar Ivoorkust (allemaal oorlogsgebieden) en nog later naar Rwanda waar hij in 1994 de genocide meemaakte.
Hij zegt: “Oorlog is erg. Oorlog maakt mensen kapot. Maar nog verschrikkelijker dan oorlog zijn de gevolgen van oorlog: vrouwen die zijn verkracht, die aids hebben opgelopen ten gevolgen van de verkrachting. Mannen die een geestverschijning zijn geworden. Oorlog zaait haat en wanhoop, vluchtelingen die niet weten wanneer ze terug kunnen. Emoties die worden vernietigd. Oorlog is dorst en honger.
Koulsy Lamko was dramaturg en professor in de Theaterwetenschappen aan de Universiteit te Kigali (Ruanda). Na de genocide heeft hij in Rwanda een centrum helpen opzetten voor samenlevingsopbouw m.b.v. theater en een cultureel centrum om verzoening tussen de bevolkingsgroepen te bewerkstelligen en het opbouwen van solidariteit.
Net zoals andere Afrikaanse collega schrijvers schreef hij een boek over de genocide, genaamd :“De vlinder op de heuvels” Hij probeert nog steeds te begrijpen waarom er in drie maanden tijd zoveel mensen zijn vermoord in Rwanda en ook: waarom de internationale gemeenschap niet ingreep. Op dit moment ligt er een grote verantwoordelijkheid voor de wereld in Darfur, waar hij vandaan is gevlucht en waar op nieuw een genocide plaatsvindt.
Karel vraagt wat wij kunnen leren van zijn verhaal: Koulsy Lamko houdt een pleidooi voor de burgerlijke solidariteit. Het is belangrijk dat wij geen wapens aan Afrikanen verkopen.
Hij leert ons dat een maatschappij beweegt door de kracht van het geld en niet door de rechtvaardigheid. Hij vindt dat wij moeten doorgaan te bouwen aan de wereld – pas voor pas – in de geest van de menselijkheid.
Koulsy vindt Amsterdam geweldig, de universiteit, de cultuur, de vriendelijke politie, de mooie stad, de vele nationaliteiten. Hij ervaart hier een sfeer van vrijheid. Wel vindt hij het erg dat je (als je door de poort ‘Schiphol’ naar die vrije stad wilt toe reizen, je er als zwarte wordt uitgepakt en extra gecontroleerd. word. Dat vindt hij geen goede reclame voor Amsterdam. Het publiek is het helemaal met hem eens.
Hij wenst dat wij blijven bouwen aan een wereld zonder racisme en discriminatie.
Jeroen