Migiel Verkerk (1970) is een jonge veteraan die diende in het UNIFIL-leger ten tijde van de burgeroorlog op de Balkan. Tussen november 1992 en april 1993 was Migiel gelegerd in een dorpje in Bosnie Herzegovina. Op 5 mei sprak hij met de stadsverteller van Amsterdam.
In Bosnie Herzegovina reed Migiel hulptransporten naar de plaatselijke bevolking die zwaar te lijden had. Zo nam hij niet deel aan vechtshandelingen, maar kreeg hij te maken met controles door de verschillende partijen bij zg. checkpoints, waarbij de kans groot was dat het transport de goederen had in te leveren.
Tijdens de ritten, langs de kant van de weg, heeft Migiel dingen gezien die een burger liever niet te zien krijgt. Zoals Migiel zich indertijd samen met zijn collega’s inzette ‘in the service of peace’, zo hoopt hij dat vandaag de dag ook anderen zich zullen inzetten voor vrede in de wereld.
Migiel was 22 jaar toen hij naar Bosnie ging en 23 toen hij terugkwam. Hij maakte deel uit van het VN leger samen met veel Belgische en Nederlandse collega’s. In het burgerleven was hij werkzaam geweest in de horeca en zo werd zijn taak in het leger die van kok. Migiel was dienstplichtig militair die het verzoek kreeg om mee te gaan.
Aanvankelijk had hij er niet zo’n trek in, maar hij stemde uiteindelijk toch toe.
Migiel zag de missie als een avontuur. Hij stond gereed voor de eerste geplande reis, maar die werd afgeblazen. De tweede missie (naar Midden Bosnie) ging wel door. Migiel wist eigenlijk niet wat hem te wachten stond. Ze kwamen terecht in een klein dorp in Midden Bosnie: Busovaca. In de periode dat er hevig werd gevochten bij de stad Mostar (granaataanval) , werd er ook met een mitrailleur geschoten op het toegangshek tot de VN- compound.
Tijdens voedseltransporten door het gebied heeft Migiel wel gevangenenkampen gezien met broodmagere mensen opgesloten achter prikkeldraad en lijken langs de weg. De plaatselijke bevolking had het bar slecht. Kleine kinderen bedelden om eten, in de winter, gekleed in zomerjurkjes, blootsvoets in een dik pak sneeuw. Migiel vertelde dat hij en zijn collega militairen bevel hadden gekregen om geen voedsel te verstrekken aan de kinderen. Dit i.v.m. de eigen veiligheid. Migiel vond dit erg moeilijk. Terwijl hij dit vertelde las je de pijn nog steeds in zijn ogen.
Migiel had goed contact met een aantal vertegenwoordigers van de plaatselijke bevolking, zoals de wasvrouwen, bakker, de klusjesman en de tolk. Overigens was het de soldaten verboden om privé contact te onderhouden.
De kameraadschap tussen de soldaten onderling beschrijft Migiel als uniek. Zo’n band kom je niet tegen in de burgermaatschappij. Men deelt lief en leed en men troost elkaar. Er ontstaan vriendschappen voor het leven.
Het leven in Nederland na de missie is niet eenvoudig voor veteranen. De thuisblijvers begrijpen de verhalen van de thuiskomers vaak niet. Je bent weer in Nederland en het is “doe maar weer gewoon.’ Migiel ondervond weinig begrip en respect. Aan leeftijdgenoten kan hij zijn verhaal niet kwijt. Wel aan ouderen, zoals aan zijn opa en oma.
Gesprekken met jongeren of andere belangstellenden voeren doet hij eigenlijk nooit.
Deze situatie (dat hem van alles gevraagd wordt) is voor hem nieuw. Gelukkig heeft hij een en ander goed verwerkt. Hij heeft geen last van nare dromen, terwijl hij van collega’s weet dat die tot op de dag van vandaag nog nachtmerries hebben.
Migiel al weer jaren actief als veteraan. Hij doet actief mee tijdens de jaarlijkse herdenkingen, bijv. in Wageningen. Op 4 mei ( dodenherdenking ) 2009 heeft hij aan drie kransleggingen deelgenomen.
De veteranen uit de Libanon t/m Afghanistan periode hebben zich verenigd in een onderlinge veteranenclub. Migiel zou, indien hij zou worden gevraagd, zo weer gaan op een missie.
Hij is echter werkzaam in de burgermaatschappij, als filiaal manager van Blokker. Afgezien van het strak organiseren van de winkel, kan Migiel zijn specifiek militaire kwaliteiten niet gebruiken bij het werk.
Wat heeft Migiel geleerd over oorlog en wat kunnen wij van hem leren ?
Het publiek luistert ademloos toe als Migiel vertelt dat hij de waarde er van inzien, dat mensen voor elkaar klaar staan, ongeacht hun afkomst of cultuur. Jonge mensen raadt hij van harte aan om aan een vredesmissie mee te doen, uit menslievendheid. Zo kunnen wij helpen het leed van mensen in een oorlogsgebied enigszins helpen verzachten.
Als hij iemand mocht voordragen voor de lijst van 500, zou het zijn moeder zijn. Haar goede eigenschappen zijn legio: Migiel’s moeder is kordaat, ondernemend, ze kan goed structuur aanbrengen, ze neemt geen blad voor de mond, ze kan orde scheppen in chaos.
De plek die wat Migiel extra bescherming zou verdienen is: de Dam. Vooral om de symbolische waarde van het Monument.
Jeroen