Artikel

De 4 mei herdenking op De Nieuwe Ooster

door Nino van der Enden

Elk jaar op 4 mei wordt bij De Nieuwe Ooster in Watergraafsmeer stilgestaan bij de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog: een stille tocht wordt gelopen langs zes oorlogsmonumenten. Verschillende partijen en belangstellenden zijn elk jaar weer aanwezig, zoals de consul-generaal van de Verenigde Staten en van het Verenigd Koninkrijk. Wat wordt er echter herdacht met deze stille tocht door De Nieuwe Ooster begraafplaats? Voor wie zijn deze monumenten opgericht en wat vertellen zij over het oorlogsverleden? Waar staan we op 4 mei eigenlijk bij stil?

Herdenking Nieuwe Ooster Begraafplaats

De zes monumenten op 4 mei

Op 4 mei leidt het gemeentebestuur een stille tocht langs zes monumenten op De Nieuwe Ooster begraafplaats. Als eerst gaat de stoet langs het Geuzengraf. Bij dit graf worden bloemen en kransen gelegd door vertegenwoordigers van het Amsterdams 4 en 5 mei comité. Het Geuzengraf is opgericht ter nagedachtenis aan vier verzetsstrijders: Johannes Everardus van den Ende, Lambertus Venekamp, Cornelis Johannes Oostendorp en Emile Guillaume Remi Frenay. Zij zijn op 19 november 1942 in Berlijn vermoord. Elk graf heeft een gedenksteen met de regel: ‘gevallen voor het vaderland’. De naam van het monument lijkt te refereren naar de verzetsgroep De Geuzen, een van de vroegste verzetsgroepen die opgericht is in mei 1940. Hier liggen verzetsstrijders vanaf het eerste uur.

Het tweede monument in de stille tocht eert alle slachtoffers van het Duitse concentratiekamp Buchenwald, gelegen nabij de Duitse stad Weimar. In Buchenwald zijn ongeveer 56.000 mensen om het leven gebracht. Het monument komt uit 1952 en is getiteld Mensen weest waakzaam. Dit is een verwijzing naar een werk van Yulius Fu?ik, een Tsjechische journalist en actief lid van het verzet tegen de Nazi’s. Het monument toont twee handen die een urn vasthouden. De urn refereert naar de aarde uit verschillende Naziconcentratiekampen in Europa dat samengebracht isin Buchenwald en vervolgens in Amsterdam, op de plek van dit monument, begraven is.
De slachtoffers van kamp Buchenwald worden in De Nieuwe Ooster ieder jaar, met een herdenkingsceremonie op 11 april (de dag van de bevrijding van het kamp in 1945), apart herdacht. Op 4 mei worden er kransen en bloemen gelegd door de Herdenkingscomité Buchenwald.

Het derde monument dat onderdeel is van de 4 mei-herdenking is: Gevallenen voor het vaderland. Dit monument dient ter nagedachtenis aan acht Nederlandse militairen die omgekomen zijn in de meidagen van 1940. Deze mannen hebben tijdens de eerste dagen na het uitbreken van de oorlog gevochten. Zij zijn tussen 11 en 15 mei 1940 gesneuveld in Amsterdam en omgeving. Tijdens de stille tocht worden er kransen en bloemen gelegd door een aantal partijen, zoals de Amsterdamse Veteranen en de Regionaal Militair Commando West & Commandant Maritieme Middelen.

Het vierde monument dat in de tocht wordt aangedaan is opgericht ter nagedachtenis aan zes gefusilleerde leden van de CPN. Ze waren betrokken bij de productie van het illegale blad De Waarheid. Drie van de zes mannen – Cornelis Aarnouts, Cornelis Schuurman en Hendrikus Godfroid – zijn gearresteerd op grond van het bezitten van vuurwapens en zijn vervolgens ter dood veroordeeld. Jelle Posthuma werkte ook voor De Waarheid. In zijn huis was een illegale stencilpost geplaatst, hier werden illegale bladen voor de CPN gedrukt. Johan Janzen was sinds de Februaristaking de districtsleider van Amsterdam voor De Waarheid. Deze vijf mannen zijn op 10 augustus 1943 geëxecuteerd nabij Wassenaar. Franciscus Kolder is ook in de Waalsdorpervlakte gefusilleerd, maar eerder op 2 oktober 1942. Hij werkte ook voor De Waarheid en werd op 22 april 1942 gearresteerd wegens illegale arbeid. De Directie van De Nieuwe Ooster begraafplaats legt op 4 mei een krans bij dit graf.

Het vijfde monument dat op 4 mei wordt aangedaan is het monument voor de achttien verzetsstrijders. Dit is het oudste Tweede Wereldoorlogmonument in De Nieuwe Ooster (1947). Het beeld is ontworpen door beeldhouwer Hildo Krop en bestaat uit een marmeren zuil met daarboven een vrouw die zwaait met een vlag. Dit monument en dit graf zijn opgericht voor de naamloze slachtoffers die tijdens de oorlog begraven zijn door de bezetters. Zij werden tijdens de oorlog in een grote kuil begraven. In 1947 hebben zij alsnog een eervolle grafligging gekregen. Dertien van de achttien verzetsstrijders, die ook genoemd worden in een tekst op het voetstuk, waren lid van een Amsterdamse verzetsgroep en zijn in het geheim in Soesterberg op 19 november 1942 vermoord. Een aantal van deze verzetsstrijders, waaronder Joop IJisberg, waren betrokken bij de Februaristaking in 1941. Joop IJisberg was tramconducteur, hij staakte zijn werkzaamheden in februari 1941 waarna hij gearresteerd werd. Willem Bouwhuis was ook betrokken bij de Februaristaking, hij was één van de leiders, en was ook lid van de CPN. Cor van Teeseling was kunstenaar, zijn werk bevindt zich nu in de collectie van het Rijksmuseum. Hij was deel van het illegale productieteam van De Waarheid. In augustus 1941 werd hij gearresteerd. Jacobus Kors en Evert Ooijevaar waren politieke gevangenen in het kamp Amersfoort. Zij werden op 16 oktober 1942 gefusilleerd. Op 4 mei legt het gemeentebestuur van Amsterdam een krans bij dit monument voor de achttien verzetsstrijders.

Tot slot wordt er stil gestaan bij de graven van de geallieerden. Dit zijn de graven van de geallieerde militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog op Nederlands grondgebied zijn gesneuveld. 323 soldaten liggen hier begraven (ongeveer vijftig zijn niet geïdentificeerd), zij komen uit de Verenigde Staten, Groot Brittannië, Nieuw-Zeeland en Canada. Een aantal van deze soldaten zijn om het leven gekomen bij de Slag om Engeland, een luchtoorlog tussen de Duitsers en Engelsen van juli tot en met oktober 1940. Andere soldaten zijn later gedurende de oorlog gesneuveld.

Elk graf bij de graven van de geallieerden bestaat uit een identieke witte natuursteen met in reliëf een embleem van een vogel die zijn vleugels spreidt. Op 22 december 1945 wordt de eerste krans bij de graven van de geallieerden gelegd, zo begint de jaarlijkse traditie die op de tweede zaterdag van november plaatsvindt. Deze herdenking, de zogeheten Klaprozendag, valt samen met de Remembrance Day (ook wel Poppy Day genoemd) die georganiseerd wordt rond 11 november in Groot Brittannië. Op 4 mei eindigt de stille tocht bij deze grafligging. De consul-generaal van de Verenigde Staten en van het Verenigd Koninkrijk leggen kransen. Zij worden gevolgd door the Royal Air Forces Association (de Britse Koninklijke luchtmacht), the Royal British Legion (een Britse stichting voor financiële, emotionele en sociale ondersteuning voor veteranen en leden van het Britse leger), the 99th Squadron Royal Air Force en de Bond van Wapenbroeders. Dit monument voor de geallieerden is geadopteerd door de basisschool de Frankendaelschool. Leerlingen leveren op eigen wijze een bijdrage aan de 4 mei-herdenking.

Een diverse herdenking

De Nieuwe Ooster begraafplaats dient als rustplaats voor verschillende groepen Tweede Wereldoorlog slachtoffers: gefusilleerde verzetsstrijders, Duitse bezetters, Nederlandse militairen en geallieerden soldaten. Het gedenkpark dat in de decennia na de oorlog gevormd wordt, is een reflectie van deze diverse benutting van de begraafplaats. Er zijn monumenten opgericht voor de vroegste verzetsstrijders, de Nederlandse soldaten die tijdens de meidagen 1940 de bezetters probeerden tegen te houden, gefusilleerde februaristakers en communistische verzetsmannen. Ook is er plaats voor de herinnering aan de bevrijders en eveneens is er een gedenkplek voor de terreur die uitgeoefend is in de concentratiekampen. De herdenking bij De Nieuwe Ooster, een stille tocht die langs zes monumenten loopt, is op deze wijze een ode aan de verschillende vormen van verzet en onderdrukking tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op bijna chronologische wijze, beginnend bij vroege verzetsstrijders en eindigen bij de graven van de bevrijders, wordt op 4 mei stil gestaan bij de vele kanten van de verschrikking van de oorlog.

Meer weten over herdenken, De Nieuwe Ooster en de zes monumenten?
www.hetverhaalbewaard.nl
www.ogs.nl
Reijt, Maud van de. 'Zestig jaar herrie om twee minuten stilte. Hoe wij steeds meer doden gingen herdenken'. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 2010.

Een aantal monumenten van De Nieuwe Ooster begraafplaats zoekt nog een adoptieschool: Adopteer een monument

Herdenking bijwonen? Iedereen is welkom. Zie het evenement

Alle rechten voorbehouden