Persoonlijke verhalen over de Pontenbrug 1945 (deel 6)

Deel 6: met verhalen van Mevr. Johanna van Reenen, de heer J. Ham, Mevr. Trudy Bos-Neve & Mevr. Tonny Vleerlaag, de heer John Geelof

Op de oproep om persoonlijke verhalen te delen kreeg het Amsterdams 4 en 5 mei comité reacties. Hier delen wij die, met dank aan alle mensen voor hun bijdrage.

Mevr. Johanna van Reenen (1936)

In april vlak voor de bevrijding heeft Johanna van Reenen op negenjarige leeftijd een van de spannendste momenten uit haar leven meegemaakt.

“Mijn moeder was een week weggeweest naar Friesland met haar vriendin om eten te halen met een handkar, en zij kwamen via Noord binnen en daar was natuurlijk die pontenbrug ineens. Om de paar meter stonden daar Duitsers op met grote geweren! Mijn moeder werd tegengehouden door de Duitsers en mocht de brug niet over.”

“De vriendin waarmee ze was is naar mij gekomen om me te waarschuwen, en ik ben als een gek gerend naar het Centraal Station. Op mijn blote voeten want ik had geen kousen meer, in mijn vieze kloffie want ik had luizen natuurlijk omdat er geen zeep was in die tijd om jezelf mee te wassen. En ik had gerend, gerend naar het Centraal Station en ook ik werd daar tegengehouden, door Duitsers die hun geweren op mij richtten. Mijn moeder zag dit vanaf de overkant gebeuren, en met het IJ tussen ons hebben we geschreeuwd en gehuild naar elkaar, en uiteindelijk mocht ik toch door! Ik begrijp nu dat het 380 meter was, maar die weg over de brug leek wel eindeloos, voor mij waren het kilometers.”

“Aan het eind van de brug vond ik mijn huilende moeder; al ons eten was van de kar afgehaald en afgepakt. Een zak uien, en aardappelen en een paar wortels. En toen ze mij zagen was er toch nog een goede Duitser die zei, ‘nah’, ik weet nog precies hoe dat klonk. We kregen een deel van ons eten toch weer terug en het werd weer op de kar geladen.”

“Als ik hier aan terug denk dan schieten de tranen nog in mijn ogen.”


De heer J. Ham (1936)

“Het was een sensatie dat je over de ponten kon, ik was net negen jaar oud en dat die ponten daar lagen, dat heeft me gefascineerd. Ik ben met mijn vader samen wezen kijken want veel uitgaan mogelijkheden waren er ook niet meer, zeker begin ’45 niet meer. Het was eigenlijk een soort uitje om je gedachten even te verzetten, om even iets anders te zien dan… ja, wat er toch al niet meer was…”


Mevr. Trudy (Truusje) Bos-Neve & Mevr. Tonny Vleerlaag (1937)

"Wij woonden destijds in Amsterdam Noord in de Van Der Pekstraat. Mijn vriendinnetje, Tonny, en ik liepen op achtjarige leeftijd over de pontenbrug. Onze vriendschap dateert al van een paar jaar voor 1943, toen de Ritakerk, het Rosaklooster, onze kleuterschool, de jongens- en meisjesschool etc. werden gebombardeerd omdat de geallieerden de rode daken vanuit de lucht hadden aangezien voor de Fokkerfabrieken. Na het constateren van hun fout kwamen ze veertien dagen later terug om deze fabrieken die gecamoufleerd waren met rieten rode daken alsnog te treffen. In l944 toen de nood het hoogst was was deze pontonbrug dus een mogelijke verbinding visa versa met Amsterdam. Op de a.s. Bevrijdingsdag (zeventig jaar geleden) gaan wij zo mogelijk samen op de foto op deze brug!"


De heer John Geelof (1936)

"Als jongen (negen jaar en vier maanden oud) ben ik enkele keren over de pontenbrug gelopen. Dinsdag 8 mei 1945 ben ik met mijn moeder over de pontbrug gelopen. Ik was toen negen jaar en vier maanden oud. De overgang van pont naar pont en van pont naar ponton was niet vlak. De delen bewogen soms ook een beetje ten opzichte van elkaar. We kwamen enthousiast terug. We hadden de Canadezen gezien! Wij woonden in Tuindorp-Oostzaan. Hoe we vandaar naar de pont zijn gegaan, weet ik niet meer. Er reden geen bussen. Het was dus lopen of rijden op een gammele fiets. Dat was toen de enige vaste oeververbinding van Noord naar de Stad. Het was een tijdelijke oplossing, maar verre van ideaal."

"Regelmatig werd het middendeel geopend, om de scheepvaart door te laten.
Het gemeente-vervoersbedrijf gebruikte grote stoomponten voor de verbinding.
Zuid-Limburg was bevrijd gebied en daar moest de steenkool vandaan komen.
Heel lang heeft men geprobeerd één pont in de vaart te houden. Die stak één keer per uur over. Uren lang wachten was vaak het resultaat. Je kon je ook tegen betaling laten overzetten met een roeiboot. Soms mocht je ook je fiets meenemen op die boot.
Voor de meeste mensen was dat veel te duur."

"Mijn vader was onderwijzer op de Bentinckschool in de Staatsliedenbuurt. Hoe hij begin 1945 van huis naar school ging, via de pont en later de pontenbrug, lees ik in zijn dagboek:"

maandag, 12 februari 1945
Kwart voor negen naar school gegaan. Er voer één pont. Moest wachten tot kwart vóór elf, voor ik over kon. Was koud, had geen voeten en handen meer.
Ben toen terug gegaan. School van 10 tot 12. Zal nu woensdag lopen of over Zaandam fietsen. Lopende met de pont gaat vlugger, omdat je dan niet in een eindeloze rij moet wachten. Er voeren ook sommige roeibootjes, die tegen f 0,50 à f 1,- je met fiets en al overzetten. Ook kon je de fiets op de een of andere wagen of handkar leggen , tegen een zeker vergoeding. Je had dan kans wat vlugger op de pont te komen.

woensdag, 14 februari 1945
Op de terugweg pech met de band: Massieve band weer los. Een kwartier van de Hembrug. Gelopen tot over de schip(ponten)brug over het Noordzeekanaal. Vond toen een stuk rubberband, dat er over. Ben tot Zaandam gekomen. Tien weer malaise. Toen een touwtje geprobeerd, maar de band stroopte op. Kwam op de dijk. Daar maar op de velg verder gereden. Was om half vier thuis.

20 februari 1945
Vanmorgen mist. Warm om te fietsen met winterjas. Naar school. Over de Zaan laten roeien scheelt. Half acht weg, dan 9 uur op school.

5 maart 1945
Op de fiets naar de pont. Geen kans om over te varen. Er voeren ook een twaalftal roeiboten. Namen ook fietsen mee. Toch vond ik het veiliger de fiets te stallen.
Toen terug naar de pont – net weg. Gestapt in een juist gereedliggende roeiboot. Overvaart kostte een kwartje. Met fiets f 0,75 ! Een dure grap, als je dat dagelijks moet doen.

6 maart 1945
Naar school. Kom over de Schipbrug bij de Hembrug – Wat een stilte ! Geen mens te zien. Gewaarschuwd razzia op de grote weg. Dus zijweg ingedwaald, en langs een omweg naar school.

7 maart 1945
Met de pont overgevaren. Staan wachten van kwart voor vier tot ruim half zes.
Koud, regenachtig, guur weer. Kwam nagenoeg “bevroren” thuis.

9 maart 1945
De pont vaart nu van de Valkenweg. Heb een voorrangskaart gehaald en gekregen.
Kan nu zeker met de eerste overvaart mee. Dus maar drie kwartier wachten i.p.v. drie uren.

13 maart 1945
Gebruik gemaakt van voorrang bij de pont. Lang moeten wachten. 9 uur op school.

14 maart 1945
Was vanmorgen op tijd op school. 25 maart is de pontenbrug over het IJ klaar.
Gesloten voor de scheepvaart van 8 tot 10 en van 4 tot 6. Op andere tijden elk uur een half uur open.

10 April 1945
Moet vóór achten over de IJ-brug. Dat gaat goed. Waarom hebben ze dat niet eerder gedaan ? Hoorde op school dat we halve dagen werken. Kan voor half één weer over de IJ-brug.

12 april 1945
Miste de pont van half één. Heb mij met de fiets laten overzetten met een roeiboot van de Ruyterkade. Dat kostte mij f 0,75 maar anders had ik tot half twee moeten wachten. In de roeiboot werd verteld dat we om 7 uur binnen moeten zijn.
Dat was inderdaad waar : gevolg van een dynamiet-aanslag.

13 april 1945
Bij de IJ-pontbrug was militaire bewaking van marine-troepen met helm, geweer en handgranaten.

dinsdag, 17 april
Ik werk nu van half negen tot 12 uur, om de pont van half een nog te halen.
Anders moet ik wachten tot kwart voor twee. Vandaag heb ik geen bewaking gezien bij de IJ-brug.

vrijdag, 20 april
Bij de pontenbrug over het IJ worden de aardappelen in beslag genomen.

woensdag, 9 mei
‘s-middags naar de stad. Grote drukte. Vanaf de Nieuwendijk was de Dam niet te benaderen. We zijn achter de Bijenkorf omgegaan en zo aan het Damplantsoen gekomen. Vandaaruit hadden we een gezicht op de Dam. Voor het paleis een tribune, waarop veel Canadese “Hogen” Minister Gerbrandy was er ook.
Onder het zingen van het volkslied werden verschillende nationaliteitsvlaggen gehesen. Eerst de Nederlandse in het midden. en van links naar rechts Rusland, Verenigd Koninkrijk, USA en Canada. Gerbrandy en burgemeester De Boer van Amsterdam waren enkele van de sprekers. Van de Dam zijn we de Kalverstraat doorgegaan naar het Rembrandtsplein. De stad gaf weer hetzelfde beeld als vroeger jaren met koninginnedag. Muziek van trekharmonica, Jazz-orkestje en het pierement ! Alleen snoeperij-kramen ontbraken. Veel verkoop van oranje-speldjes en vlaggen. We hebben bij Heck’s een sorbet “genoten”.
Dat was kunst-limonade met een schuimige massa, die er heel slecht uit te krijgen was. De Duitse aanwijzingen zijn verdwenen. Tegenover de Fokker zijn alle Wehrmachtswerken, voor zover van hout, geheel verdwenen.

11 mei 1945
De pont mag je nu over fietsen. Onder Duits regiem moest je naast je fiets de lange weg lopen over het IJ. Thans maant het pontpersoneel en de politie: “Zoveel mogelijk fietsen!” Er is een andere geest.

Alle rechten voorbehouden