Persoonlijke verhalen over de Pontenbrug 1945 (deel 5)

Deel 5: verhalen van Mevr. Suzanne De Haan-Meuleman, Mevr. T van der Horst, Mevr. Marty Jager, de heer Henny Evert van Gelderen, de heer Henny Bakker de Groot, Mevr. Annie Onderwater-van Gogh

Op de oproep om persoonlijke verhalen te delen kreeg het Amsterdams 4 en 5 mei comité reacties. Hier delen wij die, met dank aan alle mensen voor hun bijdrage.

Mevr. Suzanne De Haan-Meuleman (1935)

"Op de terugweg van een verblijf bij de boeren in Schoorl zat ik achterop de fiets bij mijn vader, en een vriend van hem was mee. Dus twee mannen van 45 jaar en een meisje van tien jaar zitten langs de kant ergens een boterham te eten, op dat moment is er een gesprekje met een voorbijganger, en die voorbijganger vertelt aan mijn vader en zijn vriend dat op die dag de Wieringermeer onderwater wordt gezet. De verslagenheid van mijn vader en zijn vriend was voor mij als kind heel duidelijk te zien en mijn vader die zei toen ‘het is vijf voor twaalf en nu doen ze dit nog’. Met andere woorden, de oorlog is bijna afgelopen en nu zetten ze de Wieringermeer nog onderwater! En dat moet dus geweest zijn op 17 april want dat is de dag dat dat gebeurde."

"Wij fietsten verder en beide mannen hadden fietstassen met eten meegekregen van de boeren en connecties uit Schoorl. Ik denk voornamelijk aardappelen. Ik zat daar bovenop en toen kwamen we bij de pontonbrug. Ik weet nog heel goed dat we daar overheen gingen; we moesten lopen en ik zat achterop de fiets bij mijn vader en mijn vader liep. De vriend van mijn vader werd aangehouden en moest al zijn eten afgeven. Ik zat dus nog achterop en mijn vader kreeg een duwtje van ‘rij maar door’. De vriend van mijn vader kwam huilend achter ons aan en toen heeft mijn vader al het eten dat hij bij zich had gedeeld, want dat sprak vanzelf in die tijd."

"Mijn vader kreeg een eind verderop een lekke band; toen moesten we lopen van Amsterdam West naar wat toen heette de Zuideramstellaan, dat is nu de Rooseveltlaan, want daar woonden wij. Dat was een enorm eind lopen, maar daar stond je niet bij stil. Alleen weet ik nog dat mijn vader haast maakte want wij moesten voor 20.00 uur binnen zijn voor de Spertijd. Ik weet niet meer of we dat toen gehaald hebben, de enige herinnering die ik daar aan heb is: lege straten, en een beetje die spanning van ‘komen we wel op tijd thuis?!'"


Mevr. T van der Horst (1929)

Mevrouw van der Horst was vijftien toen ze vanuit Tuindorp over de brug moest om naar school te gaan in het centrum.

“Je was dan echt nog een kind, tot je achttiende eigenlijk. Kinderen nemen alles vaak zoals het is en die denken er verder niet over na. De brug heeft op mij geen indruk gemaakt, die was er gewoon. Het was voornamelijk makkelijk omdat je geen rekening hoefde te houden met de ponttijden."

"Ik zat toen op de OCMA, de Opleiding voor Christelijke en Maatschappelijke Arbeid. Mijn moeder wilde graag dat ik de verpleging in ging. Samen met een vriendinnetje ging ik vreselijk veel spijbelen, we zijn het hele land doorgetrokken met z’n tweeën. Later heb ik daar heel veel spijt van gehad want op die Christelijke school waren de mensen erg aardig en ze geloofden altijd alles. En wat deed ik toen, dan zei ik: ‘ja ik kon gisteren niet naar school komen, want ze hadden die ponton eruit gegooid.’ Dat kon natuurlijk helemaal niet want die pontons gingen er wel geregeld uit als er verkeer door moest, maar dat was op geregelde tijden. Maar wisten zij veel, niemand kwam in Noord als je daar niks te zoeken had.”


Mevr. Marty Jager (1939)

"Ik ging vroeger met mijn moeder over de brug. Ik kan me alleen herinneren dat ik het een beetje vreemd vond. En kun je nagaan, ik was één jaar oud toen de oorlog begon dus zo oud was ik nog niet, ik was zes jaar toen de pontenbrug er lag."


De Heer Henny Evert van Gelderen (1939)

“Ik heb als zesjarig jongetje met mijn vader over de brug gelopen. Mijn vader en ik gingen van Noord naar Zuid om bij familie op bezoek te gaan in de Madurastraat. Dat is een eindje weg maar dat liepen we in die tijd. Mijn vader was verbonden aan Hollandia Kattenburg, daar is toen een verschrikkelijke razzia geweest. Vanaf de pontenbrug kon je dat zien liggen. De ponten samen was een bijzondere constructie want de kleppen lagen over elkaar heen.”


Mevr. Henny Bakker de Groot (1939)

"Ik kwam uit Landsmeer vandaan want daar ben ik geboren en getogen. Elke week ging ik steevast naar Amsterdam met mijn vader over de brug want mijn oma woonde op de hoek van de Haarlemmerweg. Voor op het fietsie! Mijn vader in een leren jas en ik voorop. Ik zie het zo weer voor me."


Mevr. Annie Onderwater-van Gogh (1934)

“Ik was acht jaar toen ik eroverheen ging. Wij gingen voorheen altijd met de Valkenwegpont, dan kwam je bij de brandweer uit. Opeens lagen de ponten aan elkaar geschoven en van tijd tot tijd gingen er één of twee tussenuit zodat het verkeer erdoor kon. Ik vond het als klein meisje niet eens zo gek. Je bent acht jaar en je leeft er helemaal in. Mij werd verteld dat we niet met de pont gingen maar over de brug, nou oké. Op die leeftijd accepteer je alles zoals het is natuurlijk.”

Alle rechten voorbehouden