Artikel

Winka Djojoadhiningrat

Bij: Indisch en Indonesisch verzet in het Tropenmuseum

Winka Djojoadhiningrat (Leiden, 1941):


Mijn vader Raden Mas Abdulmadjid Djojoadhiningrat, was een actief lid van de Perhimpunan Indonesia (PI), een politieke organisatie van Indonesiërs die streefden naar onafhankelijkheid van Indonesië.

Na de bezetting van Nederland op 10 mei 1940 was de verbinding van Indonesiërs in Nederland met hun moederland verbroken. Veel Indonesiërs kwamen financieel in de problemen, zij moesten zelf voor hun onderhoud zorgen. Dit geschiedde door allerlei betaalde werkzaamheden aan te nemen. Sommige studenten kregen financiële steun van de Leidsch Universiteits-Fonds (L.U.F), ministerie van Onderwijs, de Tjandistichting.

Het toenmalige Koloniale Instituut (nu Tropeninstituut) hielp Indonesiërs hierbij door regelmatig de gelegenheid te geven om Indonesische muziek en dans voorstellingen uit te kunnen voeren.

Open Joodse Huizen 2017, Tropenmuseum, van RM Djajeng Pratomo
De krontjonggroep van “Insulinde”, V.l.n.r. vooraan: Moh. Jasin, Sugeng Notohadinegoro, Dradjat Doermakeswara (overlevende van kamp Zuchthaus Siegburg 3 april 1944 tot mei 1945); achteraan: Moestaman, Djajeng Pratomo (overlevende van kamp Dachau 18 januari 1943 tot mei 1945), Hamid (interogatie bij de SD), Kajat (interogatie bij de SD), I.A. Mochtar, Oentoeng Kasim.

In de oorlog besloot de gehele PI organisatie in het verzet te gaan.

Mijn Vader - een Indonesiër- werd door het Koloniale Instituut als wetenschappelijk medewerker aangetrokken voor de afdeling Volkenkunde en was tevens adviseur voor alle Indonesische activiteiten van het instituut. Hij kreeg tevens een aanstelling om onder supervisie van dr. L.L.J. Caron, oud gouverneur van Celebes, en samen met G. Gongrijp een Celebes-monografie samen te stellen.

De bezetting van delen van het gebouwencomplex van het Koloniale Instituut was op 1 oktober 1940 een feit. Een gedeelte was het hoofdkwartier geworden van de Grüne Polizei.

Alhoewel het Koloniale Instituut gedeeltelijk in bezet was genomen door de Nazi-Duitsers, zijn in het gebouw vergaderingen geweest tussen het verzet en de Perhimpoenen Indonesia.

Het labyrintachtige instituut met zijn vele gangen en trappen was ook als geheime vergaderplaats een geschikte locatie. Ondanks of misschien wel vanwege het feit dat de Grüne Polizei een deur verder zat, maakten verschillende ondergrondse groepen gebruik van de schuilplekken binnen het complexe gebouw.

Het verbod op het luisteren naar verschillende zenders was niet afdoende en dus besloten de Nazi Duitsers alle ontvangst apparaten in beslag te nemen. In mei 1943 kwam het officieel bevel dat alle radiotoestellen moesten worden ingeleverd. Niet iedereen was echter van zins zijn nieuwsbron op te geven. Ook menig instituut medewerker niet, met het gevolg dat tientallen radio's in de hoeken van het Instituut werden verborgen. In een ruimte onder het museum waren radio's verstopt, maar ook grote museum objecten dienden als opbergplaats, zoals de grote beelden van de hindoe-javaanse tempelkamer en de Balinese verbrandingstoren in de lichthal.

Open Joodse Huizen 2017, Tropenmuseum, van RM Djajeng Pratomo

Binnen deze beelden werden overdag radio toestellen en overige “verboden spullen” verstopt.

De radiotoestellen werden niet alleen verstopt, maar ook gebruikt. Meerdere medewerkers luisterden naar de BBC en waren goed geïnformeerd over de politieke situatie. Verschillende mensen hielden de troepen bewegingen bij op een kaart en verspreidden dagelijks mondeling het laatste nieuws.   

Het Koloniale Instituut en Djoyoadhiningrat organiseerden onder meer een groots opgezette dans uitvoering "De Omgeslagen Prauw (Tangkoeban Prahoe)" op 14 augustus 1943 in de Stadsschouwburg/Amsterdam.

Open Joodse Huizen 2017, Tropenmuseum, van RM Djajeng Pratomo

De dalang of spelleider (Abddoelmadjid Djoijoadhiningrat).

De danser Djajeng Pratomo heeft meegeholpen met de voorbereiding maar kon niet mee optreden om dat hij op 18 januari 1943 in Den Haag gearresteerd en naar concentratie kampen werd afgevoerd. In mei 1945 is hij bevrijd uit kamp Dachau.

Open Joodse Huizen 2017 Tropenmuseum
Londen februari 1939                         

De danser Moen Soendaroe heeft de dansers meegecoached, maar kon eveneens niet mee op treden omdat hij eveneens op 18 januari 1943 in Den Haag werd gearresteerd en vervolgens afgevoerd naar Het Haagse Veer/Rotterdam, Vught, St. Michiels Gestel, weer terug naar Vught, Saxenhausen, Neuengamme, Halstenbeck en weer terug naar Neuengamme waar de danser van "Insulinde" omstreeks februari 1945 overleed. De duizenden vrijheidsstrijders die met hem in Vught hebben gezeten, zullen ongetwijfeld de dansen, die hij daar voor zijn mede lotgenoten heeft uitgevoerd, niet vergeten. De gedachten van degenen, die Moen in zijn illegale arbeid meegemaakt hebben, zullen onwillekeurig terug dwalen naar die periode van verbeten ondergrondse strijd.

Open Joodse Huizen, Tropenmuseum
Het toneelspel (wayang wong) opvoering van de "De omgeslagen prauw (Tangkoeban Prahoe)", met uiterst rechts mijn vader als de "verhalen verteller (dalang)".

Terwijl de hoofdrol danseres van de "Tangkoeban Prahoe", een prachtige voorstelling gaf, zat haar man in het concentratie kamp. Net 3 maanden met elkaar getrouwd werd hij (arts en voorzitter van de Perhimpoenen Indonesia 1937 - 1940) op 26 juli 1941 in Amsterdam door de Nazi Duitsers opgepakt en in concentratiekampen afgevoerd (Hoofdbureau aan de Euterpestraat, Schoorl, Amersfoort, Buchenwald, Sachsenhausen, Heinkelwerke, bevrijd mei 1945).

Een dag ervoor op 25 juli 1941 is de secretaris van Perhimpoenen Indonesia, 's morgens vroeg van zijn bed in het Studentenhuis in Leiden, gelicht. (Gevangen genomen in het Scheveningse gevangenis, Schoorl, Amersfoort, Hamburg, Neuengamme en Dachau waar hij is bezweken).

De tweede danseres vernam via een verzetsstrijder die illegaal een radiobericht had geluisterd, dat haar vader (dokter en Hoofd Inspectie Malaria Bestrijding met standplaats Palembang in Zuid Sumatera / Nederlands-Indie), was onthoofd door de Japanse bezetters van Indonesia. 

Enige dagen na de opvoering zijn zij en haar broer in september 1943 gevangen genomen in het concentratie kamp Vught, in verband met het stencillen, verspreiden van illegale bladen en steun aan onderduikers.


Open Joodse Huizen 2017 Tropenmuseum

Lillah Soesilo

Uiteindelijk zijn er drie opvoeringen geweest van het theaterstuk "De Omgeslagen Prauw (Tangkoeban Prahoe)". Het was een groot succes.     

Verschillende Indonesiërs waren dus niet alleen actief op het theaterpodium. Meerdere van hun waren betrokken bij verzetswerk. De belangrijkste inkomsten uit het engagement met het Koloniale Instituut vloeiden regelmatig als financiële steun naar de ondergrondse. Ook kregen sommige noodlijdende landgenoten financiële hulp van de gezelschappen.

Ter herinnering aan de opvoering liet het bestuur zelfs zilver en bronzen legpenningen slaan, die aan de medewerkers werd uitgereikt.

Open Joodse Huizen 2017, Tropenmuseum, van RM Djajeng Pratomo
Open Joodse Huizen 2017, Tropenmuseum, van RM Djajeng Pratomo

Na het eind van de oorlog op 2 augustus 1945 maakte de Staatsblad van het Koninklijk der Nederlanden het "Zuiveringsbesluit" bekend. Personen, vooral ambtenaren, zouden gecontroleerd worden op hun gedrag tijdens de bezetting, op collaboratie met de vijand en op vaderlands ontrouw.

In dit kader stelde het Koloniale Instituut een zogeheten Zuiveringscommissie in, bestaande uit 5 leden: twee medewerkers van het Koloniale Instituut en drie vertegenwoordigers van van andere instituten. Die twee van het Koloniale Instituut waren de Indonesiër Djoyoadhiningrat, wetenschappelijk medewerker van de afdeling Volkenkunde en een ondergedokene die sinds de inval van de bezetting van het Instituut in het Instituut had gezeten.

Na de oorlog, in december 1946, vertrok ons gezin en een grote groep Indonesiërs naar Indonesië om ons daar aan te sluiten bij de onafhankelijkheidsbeweging waarin mijn vader een actieve rol ging spelen in de regering van de nieuwe Republik Indonesia.’

 

Foto's: uit privé verzameling van RM Djajeng Pratomo. 

Alle rechten voorbehouden