‘O gruwelijke Rapenburgerstraat'

Guus Luijters over deze eens zo levendige straat

Locatie

Café Waterlooplein
Rapenburgerstraat 169 , 1011 VM Amsterdam

Toon kaart

Dit verhaal wordt verteld om 14.00 uur.

‘Gasse ohne garote’ werd de Rapenburgerstraat in het Jiddish genoemd, straat zonder spijt, want zijstraten waren er niet. Meyer Sluyser, schrijver van al die aangrijpende boeken over de Jodenhoek, noemde de straat om die reden Gebed zonder end, maar in de volksmond was het gewoon de Vinkenbuurt.

De straat is ongeveer twee keer zo breed als vroeger, maar vooral erg stil. Voor de oorlog was de Rapenburgerstraat een straat vol bedrijvigheid. Er was een hoedenfabriek, een diamantslijperij, er waren zuurfabrieken en vrijwel ieder huis had op de begane grond een een kruidenierszaakje, een bakkerij, slagerij, visboer, kolenhandel of een ander soort winkel.

De huizen waren vaak voor en achter opgedeeld in twee losse woningen, volgepakt met mensen. Het waren bijna allemaal joden. Vrijwel niemand overleefde de oorlog.

Guus Luijters,  auteur van het boek Rapenburgerstraat 1940-1945 en initiatiefnemer van de tentoonstelling over de straat in het Amsterdam Stadsarchief, vertelt in Café Waterlooplein waar een weeshuis voor joodse meisjes zat.

Kopie van Rapenburgerstraat 169_ Groepsfoto voor ijswinkel.tif

Groepsfoto voor ijswinkel