Indonesiërs en de illegale pers

Locatie

Gerrit van der Veenstraat 167
Gerrit van der Veenstraat 167 , 1077 EA Amsterdam

Toon kaart

Als geen ander wisten Indonesiërs wat het was om overheerst te worden door een vreemde mogendheid. Daardoor hadden ze een verhoudingsgewijs groot aandeel in het verzet, waaronder de illegale pers.

Dit verhaal wordt verteld op zondag 5 mei om 12.00 en 13.00 uur.

Aan de Gerrit van der Veenstraat 167 (toen de Euterpestraat 167), op een steenworp afstand van het hoofdkwartier van de Duitse Sicherheitsdienst, woonde tijdens de oorlog mevrouw Soesilo, echtgenote van een arts. Het huis van deze Indonesische dame ontpopte zich al snel tot een ontmoetingsplaats voor Indonesische studenten.

Veel van die Indonesische studenten waren lid van de studentenvereniging Perhimpunan Indonesia (PI). Deze club was erg actief in het verzet. In de Euterpestraat 167 beschikten ze over een stencilmachine waarmee ze Het Parool, De Waarheid, en De Vrije Katheder drukten. Het is op deze plaats dat Herman Keppy (journalist van Molukse afkomst) twee kinderen van Indonesische verzetsstrijders, Winka Djojoadhiningrat en Iwan Faiman, zal interviewen over de deelname van hun ouders aan het Indonesisch verzet.

Vrijheid voor Indonesiërs in Nederland kon pas echt worden gevierd toen Soekarno en Hatta op 17 augustus 1945 de Republiek Indonesia proclameerden, twee dagen na de capitulatie van Japan. Na een bloedige vrijheidsstrijd, waarbij meer dan 150.000 Indonesiërs het leven lieten, kon in 1949, na 300 jaar uitbuiting en onderdrukking, gewerkt worden aan de opbouw van een nieuw Indonesië zonder Nederlandse en Japanse overheersing.

Toch was ook 5 mei 1945 een gedenkwaardige dag voor de toen in Nederland verblijvende Indonesiërs. Een groot deel had nauw samengewerkt met het Nederlandse verzet. Zij aan zij met het Nederlandse verzet hadden Indonesiërs grote offers gebracht. Ook zij hadden vrienden verloren.