Nieuws

Interview met Liesbeth van der Horst: 'Ik maak me geen zorgen over de toekomst.’

Liesbeth van der Horst is al bijna twintig jaar directeur van het Verzetsmuseum. En ook de komende twintig jaar ziet zij positief tegemoet. Binnenkort opent de nieuwe tentoonstelling over de Februaristaking met een virtuele versie op het internet. ‘Dat Willem en Joop gefusilleerd zouden worden had natuurlijk niemand kunnen bedenken. Voor zoiets simpels als een dagje staken.’

Interview door Merav Pront

De Plantage Kerklaan is stil. Het is vier uur op een maandagmiddag en er is bijna niemand op straat. De universiteit, dierentuin ARTIS en café Koosje op de hoek, alles is dicht. Ik parkeer mijn fiets tegenover het Verzetsmuseum. ‘Vanwege de corona maatregelen zijn wij tot en met 19 januari gesloten’ lees ik op de voordeur. ‘Dat moet 9 februari worden,’ zegt Liesbeth, terwijl ze me binnenlaat.

Toen Liesbeth van der Horst er eind jaren tachtig vrijwilliger werd, bestond het Verzetsmuseum pas vier jaar. Inmiddels is ze al ruim achttien jaar directeur en heeft ze het museum zien groeien en veranderen. ‘Ik was de derde betaalde medewerker. Nu zitten we ruim boven de 100.000 bezoekers per jaar.’
De stichting Verzetsmuseum werd opgericht door voormalig verzetsmensen. In die tijd betraden politici als Joop Glimmerveen en Hans Janmaat het extreemrechts politiek toneel, met verkiezingsleuzen als ‘eigen volk eerst’ en ‘Den Haag moet blank en veilig blijven’. Tegen die achtergrond werd in 1985 het Verzetsmuseum geopend in de voormalige synagoge aan de Lekstraat. Een museum ‘gewijd aan verzet tegen nationaalsocialisme en fascisme’. Sinds 1999 huist het museum hier, in Gebouw Plancius.

‘Ik hoop dat het licht aanstaat,’ zegt Liesbeth. We lopen door de museumwinkel naar de tentoonstellingszaal. Er zit niemand achter de balie. Het Verzetsmuseum is nu al ruim een maand dicht. Net als alle andere musea van Nederland. ‘Het is heel frustrerend, dit wil je niet. Maar we moeten ons er aan overgeven.’

Het licht staat aan. De vaste opstelling van het museum neemt ons mee door de straten van een bezet Nederland; van de Duitse inval tot aan D-day. De tentoonstelling verbergt persoonlijke verhalen achter kijkgaten en omklap panelen in de muren. Want ook in oorlogstijd zaten die verhalen verstopt. We nemen de trap omhoog, naar een grote vergaderzaal met ruimte voor zeker tien mensen. De anderhalvemeterregel heeft me geleerd hier niet meer van op te kijken. Liesbeth loopt weg om thee te zetten. Ik kijk om me heen. Er hangen posters van de nieuwe tentoonstelling over de Februaristaking aan de muren. ‘Wees Moedig!’ staat er in blokletters op. Inmiddels weet ik dat ook de tentoonstelling door covid-19 niet op de afgesproken datum kon openen.

Liesbeth zet een dienblad op tafel en gaat tegenover me zitten. Wees moedig! heeft een persoonlijke invalshoek, vertelt ze. De tentoonstelling gaat over de Februaristaking van 1941. Op 22 en 23 februari werden er meer dan 400 joodse mannen opgepakt en gedeporteerd. In de dagen die volgden werd er gestaakt in Amsterdam, als massaal en openlijk protest tegen de Jodenvervolging. Het zou de eerste en laatste keer zijn.
Het Verzetsmuseum vertelt de verhalen van Willem Kraan, Coba Veltman en Joop IJisberg. Een stratenmaker, een typiste en een trambestuurder die samen met anderen de staking in gang hebben gezet. Coba overleefde de oorlog als enige van hen.
‘En alle drie hadden ze kinderen, een gezin. Het gaat ook over de impact die het allemaal had. Wat gebeurde er toen vader en moeder gearresteerd werden? Dat Willem en Joop gefusilleerd zouden worden had natuurlijk niemand kunnen bedenken. Voor zoiets simpels als een dagje staken.’
Van Joop IJisberg en zijn familie heeft het museum meer dan 500 smokkelbriefjes in collectie. Liesbeth vertelde al over hem tijdens haar toespraak bij de herdenking van de Februaristaking in 2018. ‘Voor mij onderstreept het het belang van de rechtsstaat,’ zei ze toen. ‘Een gewone huisvader als Joop IJisberg, (...) was overgeleverd aan rechteloosheid en terreur, en stierf voor het vuurpeloton.’
Vlak voor zijn executie in 1942 schreef Joop een afscheidsbrief aan zijn dochters Tootje en Tinie: ‘Jullie zijn al vroeg je vader kwijt. Wees lief voor mama, die moet nu ook mijn plaats innemen.’

Dat we zulke briefjes goed bewaren, wordt met de tijd steeds belangrijker, vindt Liesbeth. ‘Toen ik net bij het museum kwam werken waren veel verzetsmensen nog in leven. Als ik wilde weten hoe het ging bij een wapendropping, dan belde ik even iemand op. Zo simpel was het toen.’
Nu is de vastlegging van zulke telefoontjes en interviews vaak het enige dat er nog is. Tijdcapsules op papier of cassetteband, waar Liesbeth en haar collega’s hard voor hebben gewerkt. En zo zijn er meer manieren om de oorlog levend te houden, zelfs als haar ooggetuigen dat niet meer zijn. Met een doosje aardappelen, een vergiet of een sleutelbos bijvoorbeeld. ‘Onooglijke, geïmproviseerde voorwerpen’ uit de oorlogsjaren. En allemaal met een verhaal.
Zo ook de typemachine van Coba Veltman, te zien in de nieuwe tentoonstelling. ‘Weest moedig!!’ tikte zij in 1941, ‘Staakt!! Staakt!! Staakt!!’ Het pamflet ging heel Amsterdam rond.

pamflet
Pamflet waarin wordt opgeroepen tot de Februaristaking, 1941. Collectie NIOD

Bij de opening van het museum in 1984 hield toenmalig burgemeester Van Thijn een toespraak: ‘Nu is er nog gelegenheid authentieke getuigenissen vast te leggen, wat straks niet meer mogelijk zal zijn. Dat is de kern. Daar gaat het om. Dat is de grote betekenis van dit moment.’ Ik vraag Liesbeth hoe zij deze uitspraak naar het heden vertaalt. Welke grote betekenis heeft dit moment nog, nu we de oorlog steeds verder achter ons laten? Ze hoeft er niet lang over na te denken.
‘Wij zijn als museum gevoed door de mensen die actief waren in het verzet. Onze afstand tot die tijd maakt het niet minder belangrijk om hun verhalen te blijven vertellen. We leven nu al zo lang in een periode van welvaart en rechtszekerheid. Je gaat het als vanzelfsprekend ervaren, maar dat is het niet.’
‘Kijk naar de bestorming van het Capitool. Het kan loslopen, maar het kan ook heel snel uit de hand lopen. Mensen kunnen hele rare dingen gaan doen.’

Het Verzetsmuseum maakt het verleden zichtbaar. Want soms moet je terugkijken om het heden te kunnen zien voor wat het is. Dat geldt voor ons allemaal. Daarom is Wees moedig! helemaal zelfstandig toegankelijk voor mensen met een visuele of auditieve beperking. ‘We hebben vloermarkering, speciale audiotours met beeldomschrijvingen en overal vertellers in gebarentaal. Dat bestaat nergens anders nog.’
‘Wij willen het meest toegankelijke museum van Nederland worden,’ vertelt Liesbeth, ‘ook voor mensen uit andere culturen, en voor kinderen.’
Daarom bevat Wees moedig! ook het verhaal van de Iraanse Nasrin. Zij is mensenrechtenactivist en zit nu voor 38 jaar in de gevangenis. En het Verzetsmuseum Junior vertelt de verhalen van vier kinderen in oorlogstijd.
‘Want ook kinderen mogen best weten dat zulke dingen kunnen gebeuren.’ Een museum over opstand tegen dictatuur en uitsluiting. En iedereen is welkom.

Ik vraag Liesbeth hoe zij naar de toekomst kijkt. De toekomst van herdenken, vieren en het voortbestaan van de verhalen die het museum vertelt. In gedachten bereid ik me voor op haar antwoord. Mijn eigen blik op de toekomst is somberder dan ik zou willen. Maar Liesbeth verrast me.
‘Jongeren voelen geen schuldgevoel, geen weerzin als het over de oorlog gaat. Het persoonlijke trauma van de eerste en tweede generaties is voor hen veel minder voelbaar. Dat geeft ruimte om onbezorgd nieuwsgierig te zijn.’
‘Ik hoor het al zo lang ik hier werk: de aandacht zal wel afnemen, een keer zal het wel afgelopen zijn. Ondertussen heb ik de belangstelling alleen maar zien toenemen. Dus ik denk dat we ons de komende twintig tot dertig jaar nog geen zorgen hoeven te maken. Nee, ik ben niet bang voor de toekomst.’

Bezoek de virtuele versie van Wees moedig! vanaf 24 februari op www.verzetsmuseum.org.


Na ‘75 jaar Vrijheid’ vraagt het Amsterdams 4 en 5 mei comité zich af: hoe ziet de toekomst van herdenken eruit? In deze serie verzamelen we grote en kleine gedachten van Amsterdammers. Van ooggetuigen tot scholieren en van vrijwilligers tot programmamakers.

Alle rechten voorbehouden