Aan Jan en alleman uitgeleend

Deze stad kent in noch uitgang;

king

alles van waarde is er eerloos, ze heeft zichzelf aan Jan en alleman uitgeleend om toch maagdelijk wit te blijven, ze heeft het antwoord op alle vragen die nog niet gesteld zijn, maakte korte metten met zij die korte metten maken, in deze stad waant de handelsman zich koning en waait de vrijheid alle rokken loos, liggen de potsenbakkers in het gras, wanen de lakeien zich grote entrepreneurs en moet je in de tram altijd netjes je kaartje laten zien.