Artikel

De Stille Tocht

De geschiedenis

Sinds het einde van de oorlog organiseren Amsterdammers stille tochten. Op weg naar de herdenking vormt een groep mensen een eerbiedige stoet, waarbij niet gesproken wordt. In dit artikel schetst Jeannette Bloem de geschiedenis van dit ritueel.

Start Stille Tocht 2008

Het was vlak na de oorlog. Tinie IJisberg liep aan de hand van haar moeder door de Bosboom Toussaintstraat. In de verte zag ze een menigte mensen. Vlakbij bij de Stadhouderskade had een grote groep mensen zich verzameld. Ze waren bijeengekomen om in een stille tocht naar de Dam te lopen. Zoveel mensen en toch bleef het onderweg zo stil. Het was indrukwekkend, vertelt Tinie.

Vanuit de Toussaintstraat ging de stoet naar de Passeerdersstraat om stil te houden bij een plaquette, gemaakt door Henk Dannenberg, aan de gevel van het gebouw waarin nu jeugdtheater De Krakeling is gevestigd. Als je daar naar binnen gaat dan kun je nog zien dat het vroeger een turngebouw is geweest. Na de entree kom je in een grote oude gymzaal. In de oorlog werd deze zaal verhuurd aan verschillende sport- en turnverenigingen. Maar vanaf 1941 tot 1945 geldt er een verbod. Joodse mensen werd de toegang ontzegd. Zij mochten hier niet meer trainen. Op deze plek herdacht men toen de Joodse sporters die in de oorlog waren omgekomen. Deelnemers aan de Stille Tocht hadden toen dus alle reden om hier stil te staan en om gevallenen te herdenken en de gevolgen van het verbod te overdenken.

Even verderop in de Marnixstraat bij nummer 424 hield de menigte ook stil. In de oorlog stond hier de Spieghelschool die ten tijde van de oorlog werd ingericht als aanmeldingsbureau voor de beruchte 'Arbeitseinsatz'. Op 6 januari 1945 werden NSB-ers die er werkten door verzetsmensen doodgeschoten. Als vergelding fusilleerde de bezetter twee dagen later zes Nederlanders. In 1947 werd het monument, gemaakt door de stadsbeeldhouwer Hildo Krop (1884-1970) onthuld ter nagedachtenis aan de gevallenen en de groep verzetstrijders. Het gedenkteken is geplaatst op de gevel van wat nu het Nieuwe de la Martheater heet.

De stille tocht ging verder via de Weteringschans naar het Weteringcircuit. Vlak na de oorlog stonden op het circuit geen monumenten dus de stoet liep door via de Vijzelstraat en het Rokin naar de Dam. Daar hielden de deelnemers twee minuten stil. Op de Dam stond in die tijd een tijdelijk monument want het nationale monument zoals we dat nu kennen moest nog gemaakt worden. Direct na de Bevrijding stond er een vrijheidsboom voor het Paleis op de Dam. In 1946 besloot de regering dat er een nationaal monument in de hoofdstad moest komen. In afwachting van het ontwerp kwam er op de Dam een gebogen bakstenen muur te staan.

Stiltstaan bij het verleden

Het zijn jeugdherinneringen van Tinie IJisberg. Toen wist zij nog niet dat zij in 1978 lid van het Comité stichting Februaristaking zou worden en later van het Amsterdams 4 en 5 mei comité. Maar voor haar betekent het meedoen aan de Stille Tocht een moment bewust stilstaan bij het verleden. Om samen met anderen de stilte te vinden en terug te denken aan de verschrikkingen van de oorlog. Om te overdenken hoe dat allemaal zo kon gebeuren. Deelname aan herdenken slaat ze nooit over. Het is ook een bijzondere gebeurtenis omdat het een uiting van bewustwording is en laat zien dat een mens in allerlei omstandigheden verantwoordelijkheid op zich kan nemen voor wat hij of zij doet. Het bewustzijn scherp houden is altijd belangrijk gebleven in haar bestaan.

Naast het verhaal over de ervaringen van Tinie, kent de Stille Tocht ook haar eigen geschiedenis. Vlak na de oorlog organiseerden allerlei groepen overal in de stad stille tochten. Veelal namen buurt- en wijkorganisaties het initiatief. Wie de oproep tot bijeenkomen voor de Stille Tocht naar de Dam deed, herinnert Tinie zich niet meer maar ze vermoedt dat het de Nationaal Federatieve Raad van het Voormalig Verzet was.

Oorsprong Stille Tocht

Vanaf 1954 wordt de Stille Tocht georganiseerd door een voorloper van het Amsterdams 4 en 5 mei Comité. In 1978 wordt het huidige comité ingesteld door de gemeenteraad. Tot op heden is de organisatie een gemeentelijke commissie gebleven. Het organiseren van de Stille is één van haar taken en zo rond 1990 krijgt de stille tocht haar vertrekpunt op het 1e Weteringcircuit bij het monument voor De Gevallen Hoornblazer. Maar die plek zal niet het vaste vertrekpunt blijven. Het zal ergens negentiger jaren zijn dat de groep samen met scholieren zich verzamelen bij het Sinti en Roma monument op het Museumplein.

Een bijzondere groep deelnemers: Amsterdamse scholieren

In de jaren tachtig krijgt het Comité een bijzonder verzoek. De koningin wil graag dat er scholieren bij de nationale herdenking op de Dam worden betrokken. Het Amsterdams Comité zet alles in het werk om aan dat verzoek te voldoen. En vanaf die tijd nodigt het Comité, in steeds een ander stadsdeel, een aantal basisscholen uit voor deelname, niet alleen aan de Stille Tocht maar ook aan de bloemlegging op de Dam.

Om goed voorbereid te zijn krijgen de leerlingen speciale lessen van gastsprekers. Meestal zijn dat mensen die de oorlog hebben meegemaakt. In hun persoonlijk verhaal vertellen ze wat ze allemaal hebben meegemaakt. De geschiedenis krijgt zo voor deze leerlingen uit groep 7 en 8 een gezicht en zij krijgen een rol bij de bloemlegging bij het Nationale Monument op de Dam. Het aantal kinderen symboliseert het aantal bevrijdingsjaren. In het jubileumjaar 2015 zijn dat er 70.

Bij verschillende monumenten dragen zij meestal hun eigen gedichten voor. Veel jonge Amsterdammers raken zo bekend en betrokken bij de geschiedenis en het ritueel van herdenken: een ervaring die veel indruk op hen maakt.

Protocol

Amsterdammers, scholieren, de gemeenteraadsleden en andere belangstellenden verzamelen bij het Sinti en Roma Monument op het Museumplein waar rond 17.30 gepaste muziek ten gehore wordt gebracht. De burgemeester van Amsterdam, de voorzitter van het Amsterdams 4 en 5 mei comité en de stadsdeelvoorzitter houden een toespraak en enkele kinderen van basisscholen in Amsterdam dragen er hun gedichten voor. Na een korte uitleg over de route en de monumenten volgt de bloemlegging bij het monument. De groep formeert zich en gaat naar het monument voor de Vrouwen van Ravensbrück . Ook daar worden bloemen gelegd. Vanaf die plek gaat de omfloerste trom voorop in de tocht en via de Honthortsstraat lopen we naar het Weteringcircuit om stil te houden bij het monument van de Gevallen Hoornblazer.

Na de voordracht van gedichten door scholieren vertrekt de stoet om op de Dam mee te doen aan de Nationale Herdenking. Deze herdenking, die wordt bijgewoond door hoogwaardigheidsbekleders en belangstellenden, kent een strikt protocol waarin is opgenomen dat de scholieren bloemen mogen leggen bij het monument.

De Stille Tocht vertrekt in 2017 vanaf een nieuw punt: het Stadhuisplein, en zal langs een nieuwe route door de oude joodse buurt naar de Dam lopen.
Lees hier over het nieuwe programma en de route.

Alle rechten voorbehouden