Artikel

Hetty Wellensiek van Klaveren

Een verslag van Merel Baracs

Verboden drukwerk? Geheime stukken van het verzet? Wapens zelfs? Hetty Wellensiek – van Klaveren wist niet wat ze vervoerde toen ze in in 1943 in de trein stapte van Hilversum naar Amsterdam. Gespannen had ze in de coupe uit het raam gekeken, hopend dat ze niet zou opvallen. Ze realiseerde zich heel goed wat er zou gebeuren als ze gesnapt werd. “Maar bang was ik niet”, vertelt Hetty, inmiddels 97 jaar, aan haar publiek.

Harm Ede Botje interviewt Hetty Wellensiek van Klaveren

“Hans Smit was mijn schuilnaam, maar de VN-groep noemde me gewoon Hetty.”
Een man of dertig staat dicht op elkaar gepakt in de warme eetkamer op de Prinsengracht 21. De zon schijnt naar binnen in het achterhuis. Het is 5 mei 2013 en Hetty Wellensiek – van Klaveren vertelt, geinterviewd door Harm Ede Botje, redacteur bij Vrij Nederland, over de oorlogsjaren van Vrij Nederland en over haar rol daarbij. Amsterdammers van middelbare leeftijd, maar ook opvallend veel jonge mensen luisteren aandachtig naar haar ooggetuigenverslag. Hoofdredacteur van VN, Henk van Randwijk en zijn vrouw Ada woonden op dit adres. In het achterhuis werden vanaf mei 1943 de redactievergaderingen van VN gehouden, stukken geschreven en de verspreiding van de krant georganiseerd.
Werkend als secretaresse is Hetty van Klaveren in 1941 in contact gekomen met de jurist Arie van Namen, een van de oprichters van Vrij Nederland. “Hij bracht dan een krantje mee naar ons kantoor, dat wij overtijpten en stencilden. Na 300 exemplaren waren de vellen kapot en moesten we nieuwe maken.” Het illegale werk smaakte naar meer. Hetty: “Ik wilde iets doen, vanuit mijn rechtvaardigheidsgevoel. Meer dan krantjes overtijpen.”
Arie van Namen wordt gezocht door de SD en is onlangs tenauwernood ontsnapt aan arrestatie. Hij is op zijn hoede en geeft Hetty een aantal opdrachten om te testen of ze werkelijk te vetrouwen is. En zo belandt Hetty in die trein van Hilversum naar Amsterdam, om een koffer af te leveren aan een onbekende man voorbij de kaartjescontrole aan de uitgang van het station. De treinrit loopt goed af en ze wordt niet gepakt. Een andere opdracht is om informatie te achterhalen over een mogelijke verrader. Daarvoor moet Hetty naar gebombardeerd Rotterdam, waar ze in een café spreekt met een informant. “Kennelijk heb ik de test doorstaan en had ik hun vertrouwen gewonnen”.
Op 9 september 1943 komt het bericht dat de geallieerden zijn geland in Sicilie. Dat moet in het bulletin komen. Hetty: “Arie van Namen vroeg of ik binnen één dag het drukwerk kon verzorgen. Ik was om half acht klaar bij drukkerij Honing in de Marnixstraat en fietste naar de Reguliersgracht. Arie stond daar op me te wachten. ” Reguliersgracht 18 was een van de andere adressen waar veel van het VN-werk plaatsvond. Daar ontmoette Hetty die avond Henk van Randwijk. “Sjoerd van Vliet was zijn schuilnaam. Ik vond hem niet zo aardig. Ada was statig, en waardig, maar Henk was een boers type, die moest je beter leren kennen. Toen vroeg Arie of ik wilde meedoen met de kerngroep.” Vanaf dat moment werkt Hetty fulltime voor Vrij Nederland. Kopij afleveren bij de drukkers, drukwerk verspeiden, microfilmpjes rondbrengen, maar ook het redigeren van teksten behoren tot haar taken.
De temperatuur stijgt in de moderne eetkamer aan de Prinsengracht 21. De bezoekers luisteren ingespannen naar Hetty’s verhaal: “We gingen hier altijd bovenlangs naar binnen en naar buiten. Daar zat een papiertje tussen de deur, dat je weghaalde als het onveilig was. Als het papiertje er niet zat, ging je niet naar binnen. Henk van Randwijk was altijd erg voorzichtig, hij nam steevast met je door wat je zou zeggen als je werd staande gehouden, of waar je bepaalde spullen naartoe bracht. Ik was het meest kwestbare lid van de groep, omdat ik zoveel op pad was. Henk hield me bij de les.”
Als Rob Scheller, een bezoeker die zelf vanaf juni 1944 als 17-jarige jongen op andere plekken in de stad betrokken was bij VN vertelt dat hij nooit heeft geweten dat de leiding hier zat, zegt Hetty “dat moest ook niet. Er waren ook een heleboel dingen waar ik niet van wist, en dat was ook niet nodig. Immers als je gearresteerd werd kon je het ook niet vertellen.“ Rob Scheller vertelt dat hij maar met één man contact had en maar één adres kende, op de Willaertstraat. “Ik weet niet wie de kopij van VN daar afleverde. Er zijn geen anderen meer. Wij zijn inmiddels een historisch object geworden.” Hetty lacht en vertelt dat zij ook alleen wist van haar eigen werkzaamheden. Haar taak was het contact onderhouden met de drukkerijen. Die hadden natuurlijk een belangrijke rol bij het verspreiden van de verzetskrant. “Als het handgemaakte zetsel op de pers zit, kan je niks meer. Dat is een kwestbaar moment. Ik weet nog dat drukker Visser eens tijdens het werk werd opgebeld dat er iemand naar hem had gevraagd. Hij heeft meteen het zetsel laten stukvallen.”
Als Arie van Namen in januari 1945 wordt gearresteerd, komen de andere groepleden in actie. “Dat was zo overrompelend, zo bedreigend. We gingen mensen waarschuwen. Ik ging naar de familie Pluk in de Haarlemmerstraat waar hij ondergedoken zat, en heb zijn ouders ingelicht. En we hebben dit huis meteen ‘schoongemaakt’ uit angst dat hij zou doorslaan. Henk en Ada doken onder en ik heb ook ergens anders moeten slapen.” Maar Arie van Namen sloeg niet door. Hetty: “We kwamen erachter dat hij in het politiebureau op de Weteringschans zat. Hij had via zijn ondergoed in de waszak briefjes naar buiten gesmokkeld.”
De dag na de bevrijding heeft Henk van Randwijk druk uitgeoefend om vrijlating van Arie van Namen. Hij wordt vrijgelaten en Ada gaat hem halen op de Weteringschans op op 6 mei. Op 9 mei heeft Van Randwijk zijn eerste publieke optreden op de Dam, waar hij wordt toegejuichd. Wat deed Hetty in de dagen na de bevrijding? “Ik was daar niet bij, ik moest dingen regelen. Ik ben al gauw naar de Keizersgracht 604 gegaan.” Op dat adres zat tijdens de bezetting een jeugdherberg van de Duitsers, maar het pand werd gelijk geconfisceerd. Vrij Nederland vestigde er haar nieuwe bovengrondse hoofdkwartier. Het blad kreeg gelijk veel abonnees, meer dan 100.000 in de weken na de bevrijding. “Al die abonnementen moesten ingeschreven worden.”
De kerngroep bleef na de oorlog niet in dezelfde vorm bij elkaar. “Ada en Henk zag ik minder, sommigen heb ik helemaal niet meer gezien. Weer anderen, waaronder Arie van Namen, bleven goede vrienden met wie mijn leven vervlochten is gebleven.” Na de oorlog trouwde Hetty met Sander Wellensiek, die ook in het verzet had gezeten. Hij had een effectenbureau op de Reguliersgracht en hielp van daaruit onderduikers. “Dat wist ik niet in de oorlog. En daarna was de oorlog gelukkig niet wat ons samen bond.”
Is ze dan niet bang geweest voor de gevolgen van het gevaalijke werk? Hetty: “Ach, wat wisten we van de risico’s? We leefden in een politiestaat, niet in een rechtstaat. Er heerste willekeur. Dat betekent dat je ook kon worden opgepakt als je niks deed, dan konden we dus net zo goed wel iets doen. Ik was alleen bang als ik met de trein moest, in de damescoupe met een koffer vol spullen en ik me realiseerde dat ik werkelijk niks zou kunnen als ze mu nu vonden. Ik was altijd op mijn hoede, maar ik deed wat ik doen moest.”
Sterk en dapper, maar nog altijd bescheiden en nuchter. Mevrouw Hetty Wellensiek – van Klaveren maakte een enorme indruk op de bezoekers van Huizen van Verzet op de Prinsengracht 21. Ondanks haar hoge leeftijd vertelde ze met grote accuraatheid en bevlogenheid over deze belangrijke periode uit haar leven en uit de geschiedenis van deze stad. Zij is met recht een Amsterdamse heldin.
Merel Baracs

Alle rechten voorbehouden